Historische Vereniging Oud Akersloot

Losse jaarboekjes zijn nog beperkt te koop op onderstaande adressen.


-   Woensdag (tussen 10.00 en  13.00 uur): Verenigingsruimte HVOA, Rembrandtsingel 1a Akersloot

-   Co Kerssens, Handelstraat 12 Akersloot (tel.nr. 0251 313326)


Na uitgave van nieuwe boekje ook te koop bij Veldt’s Toko Akersloot

Volgende (rechts) Vorige (links) Jaarboek Jaarboek 2010



Het levensverhaal van Kees Kerssens.


Hieronder een  uittreksel uit dit verhaal, opgetekend door Roosmarie Lauritsen en Gerrieta Sombroek.

In de strenge winter van het jaar 1929 wordt op 9 maart het derde kind van Jozef Kerssens en Cornelia Duin geboren. Hij krijgt de roepnaam Kees. Zijn ouderlijk huis staat aan de Hoogegeest.

Vader had een gemengd bedrijf. Vee dat bestond 7 koeien, en een bollenhandel; lelies en ranonkels. Mijn ouders kregen 11 kinderen. Helaas overleed vader op de zeer jonge leeftijd van 49 jaar. Moeder bleef achter met het grote gezin. Ze was een sterke vrouw en heeft het bedrijf met ondersteuning van haar zonen draaiende weten te houden. Zij zwaaide de scepter.   

Ik diende ook bij Jaap Swart en later hebben mijn broers Wouter, Jan en Maarten daar ook werk verricht. Jaap Swart had een boerenbedrijf aan de Pontweg, daarnaast was hij wethouder en later ook loco- burgemeester van Akersloot.  

In de oorlog kreeg je als je 16 jaar was een persoonsbewijs. Ik, toen nog geen 16, had dus geen persoonsbewijs en heb tijdens de razzia op aanraden van Jaap Swart samen met een jongen uit Haarlem, een onderduiker, een hele dag in de schoorsteen van zijn boerderij doorgebracht.

Tijdens de oorlog vond ik op een keer in de toiletruimte bij Jaap Swart een portemonnee met een hakenkruis erop en Hollands geld erin. De onderduiker en ik hebben toen besloten van het geld konijnen te kopen en de lege portemonnee in de Mient te gooien. De konijnen deden we bij Jaap Swart de in silo. Maar konijnen jongen aan en in de herfst hebben we deze verkocht, dus met de Kerst aten velen konijn.    

Met mijn vrienden ging ik vele kermissen af, ook in de Noord. We waren echte kermisgangers. Moeder vond het trouwens ook prachtig, als je je maar netjes bleef gedragen. Ook op de kermis in Akersloot waren we te vinden, eerst het werk af en dan kermis vieren. Als het geld op was vroegen wij aan moeder: “Neeltje heb je nog een geeltje?” (25 gulden).

Tijdens een avondje uit heb ik Afra Seignette ontmoet. Toen ik haar later nog eens tegen kwam hebben wij een afspraakje gemaakt.

Na een verkeringsperiode van bijna 5 jaar zijn we in het huwelijksbootje gestapt. We trouwden in Heemskerk, de geboorteplaats van Afra. We gingen inwonen bij een oom van Afra in Schoorl. Hier zijn onze eerste twee kinderen geboren; zoon Jos en zoon Frans. Drie jaar later verhuisden we naar Akersloot. Hier werden nog drie kinderen geboren: dochter Ellen, dochter Marjan en zoon Kees.

Onze zoon Jos is op 18 augustus 1974 tijdens een noodlottig ongeval verongelukt. Tijdens dit ongeval is ook Rob de Geus overleden. De tijd hierna was zeer moeilijk. Wij en onze kinderen verwerkten het verdriet ieder op onze eigen manier.

Onze kinderen hebben allemaal hun weg gevonden, zijn allen getrouwd. We hebben 9 kleinkinderen.

Tot slot antwoordde Kees op de laatste vraag “wat vind je van het Akersloot van nu?”:

Ik ben geboren en getogen in Akersloot, en woon mijn hele leven in dit dorp. Het ging vroeger allemaal wat gemoedelijker, maar je kunt het Akersloot van nu niet met het Akersloot van toen vergelijken. Vroeger kende je iedereen, maar het dorp is in de loop der jaren zo uitgebreid en het aantal inwoners toegenomen, dat dit nu niet meer mogelijk is.

Wij wonen nu al weer jaren met volle tevredenheid aan de Boschweg en genieten vanuit onze woonkamer nog dagelijks van het prachtige uitzicht op de weilanden en het Alkmaardermeer.

 

Genealogie familie Kerssens.


Opgezocht door Jan N. Kaptein en Ria Louwe.

De eerste Kerssens die we hebben gevonden is Jan Egbertsz, geboren omstreeks 1705. Hij trouwde in 1734 in Krommeniedijk met Geertje Hendriks.

De eerste 4 generaties Kerssens leefden en werkten in Krommenie. De 5e generatie het echtpaar Martinus Kerssens en Grietje Jonker, getrouwd in 1859 vestigde zich in Akersloot.

Hun zoon Jacob Kerssens trouwde in 1895 met Anna Sprenkeling. Dit echtpaar kocht in 1906 de boerderij “De Dorpshoeve” aan de Julianaweg.

Jacob was de grootvader van Kees Kerssens.



De Johannesschool 45 jaar jong.


Door Joop Metselaar.

Hieronder enige fragmenten uit dit artikel.

In de jaren zestig van de vorige eeuw werd er in Akersloot flink gebouwd.

De komst van jonge gezinnen, vooral van werknemers van de Hoogovens, deden de grazige weidegronden en de fraaie akkertjes met lelies veranderen in nieuwbouwwijken. De enige katholieke school in het dorp, de St. Jacobusschool, begon uit zijn jasje te groeien. Er moest een nieuwe school in de nieuwbouwwijk komen.

 In de zomer van 1965 werd er een houten 4-klassige school op de hoek van de Mozartlaan/Brahmslaan gebouwd. De eerste meesters waren Piet Seignette en Ad Hooymayers. Ook juffrouw Nel Verduin een echte Akerslootse, was er vanaf het begin bij. In januari 1966 kwam meester Johan Kuin het team versterken en leek de school compleet. Er kwamen echter steeds mees straten bij in Akersloot en dus groeide ook het aantal Johanneskinderen. In het volgende schooljaar kwam juffrouw Carine Schagen het team versterken en in september 1967 kwam meester Joop Metselaar elke dag op zijn witte Puch uit Beverwijk aanscheuren om de kinderen van de vierde klas les te geven.

Het gebouw aan de Mozartlaan was intussen te klein geworden en er moesten klassen op andere plekken worden ondergebracht. Zo belandde een klas tijdelijk in het Wit-Gele Kruisgebouwtje, maar uiteindelijk trokken de twee juffen in bij de openbare Rembrandtschool die een houten gebouw had gekregen op de plek waar nu De Lelie staat. Meester Martin Kleverlaan kwam zelfs met zijn klas terecht in de kantine van de voetbalclub. Tussen de bierkratjes door kon er niet langer les worden gegeven en uiteindelijk werd er in 1971 op de huidige locatie een stenen gebouw gerealiseerd.

De nieuwe school was in die tijd de perfecte school met een grote aula en een handarbeidlokaal. De aula, toen ook wel gemeenschapsruimte genoemd, besloeg maar liefst 135 vierkante meter. De Johannesschool was al vroeg wat het nu nog wil zijn: een creatieve school. Niet alleen de expressievakken waren belangrijk, ongedwongenheid en een losse sfeer, waren kenmerken van de school.

In feestjes vieren is de Johannesschool top! Ik denk hierbij aan de fantastische circusvoorstelling. Feestvieren deed de school ook op 28 mei 2005. De Johannesschool was toen 40 jaar jong en we hebben er samen een reusachtig mooi feest van gemaakt.

Na dit jubileumjaar barstten er nieuwer activiteiten los, want het bestuur was tot de conclusie gekomen dat het oude gebouw niet meer voldeed. Uiteindelijk kon er in 2007 met de bouw worden begonnen. En dan gaat het snel. Op 14 maart 2008 werd de school officieel geopend.


35 Jaar hoofdleidster aan de kleuterschool.


Door Gre Mors.

Hieronder enige fragmenten uit dit artikel.

Na de opleiding tot kleuterleidster ben ik 1 november 1959 begonnen als juf in Krommenie. Maar in 1964 stond er een advertentie in het schoolblad. Er werd een hoofdleidster gevraagd voor de Jacobuskleuterschool in Akersloot.

Omdat mijn roots in Akersloot liggen en ik een goed gevoel had bij het gezellige dorp, heb ik gesolliciteerd. Ik kreeg direct bericht terug van het schoolbestuur, pastoor A.A. van den Berg en de heer P. van Duin, dat ik benoemd werd.

Maar….. wat schrok ik van de school. Een oude kaasfabriek! De benedenruimte was in tweeën gesplitst door middel van een dunne wand waarvan de onderkant uit hout en de bovenkant uit glas bestond. Er lag een houten vloer waar de spijkers door omhoog kwamen. Hoe moeten kleuter hier op de grond spelen? Ik was dit in Krommenie heel anders gewend.

Na veel praten en onderhandelen zijn  we naar de winkel van Van Vliet geweest om marmoleum te bestellen. Vóór 20 augustus 1964 is alles goed gekomen. Er lag een mooie vloer en ook de kasten waren goed gevuld.

Op het grasveld achter de oude kaasfabriek stond een scoutinggebouwtje. Dit werd gesloopt en er werd een twee klassig noodgebouwtje geplaatst. Hier werden Ali Kerssens-Bijman en ik met de kleuters gehuisvest.    

Aan de Buurtweg werd in 1971 een drie klassige kleuterschool gebouwd. Maar deze school werd tijdelijk gebruikt voor het Openbaar Onderwijs totdat de Rembrandtschool klaar zou zijn. In 1976 zijn we uiteindelijk naar onze school aan de Buurtweg verhuisd. We kregen hulp van ouders en leerlingen van de Johannesschool, die inmiddels ook klaar was.

Op 31 oktober 1980, de laatste vrijdag voor de herfstvakantie hebben we, een soort huwelijk gesloten tussen de Johannes lagere school en de Jacobuskleuterschool, door middel van diverse doorgeefspelletjes en het onthullen van de adelaar en de schoolvlag. Voortaan zouden we genoemd worden De Johannesschool.

In 1985 werd de wet op het basisonderwijs ingevoerd voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Vanaf die tijd heet iedereen leerkracht.

In juli 1999 hebben Gerda van Zwol, Piet Seignette en ik een geweldig afscheid gevierd in De Lelie. Er was door leerkrachten en alle leerlingen een professioneel circus georganiseerd en we werden verwend met bloemen, cadeautjes en kaarten.

Nog steeds kom ik in Akersloot en ontmoet daar collega’s, leerlingen en ouders.

Ik kijk terug op een goede, fijne en gezellige tijd in Akersloot.



Een vooroorlogskind.


Door Jan Terluin.

Hieronder enkele fragmenten uit dit artikel.

Ik ben geboren 3 jaar voordat de tweede wereldoorlog uitbrak in 1937 aan de Koningsweg nummer 9 in Akersloot.. Van het begin van de oorlog weet ik niets. Toen ik vier jaar was ging ik naar de kleuterschool, zo heette dat toen. Ik bleef daar twee jaar op om daarna naar de lagere school te gaan.

Op de kleuterschool, zo kan ik mij herinneren, speelde ik zoals elk kind daar met drie stoffen ballen ter grootte van een tennisbal, die in een houten doosje zaten. Je kon ze aan een lijntje hangen dat met stokjes op het kistje werd bevestigd. Kortom het speelgoed was zeer primitief. Mijn moeder bracht mij de eerste keer naar de kleuterschool, daarna ging ik hand in hand met mijn zusje Paulien, die twee jaar ouder was, er zelf lopend heen. We moesten ongeveer 1 kilometer lopen.

In tuinen en weilanden mochten wij niet komen, daarvan moesten de mensen eten of hun brood ermee verdienen. We deden dat natuurlijk toch wel eens, maar dan kon je een schop onder je kont of een klap voor je kop krijgen. Mijn ouders vonden dat normaal, dan moest je dat ook maar niet doen. Eigen schuld.

De lagere schooltijd was streng. Kinderen mochten toen niet veel en werden krap gehouden. Iedere ochtend om kwart voor acht moesten we naar de schoolmis, zeker na de 2e klas en altijd een hele mis zingen. Ik deed dit overigens graag, maar dat gold niet voor iedereen. We liepen allemaal op klompen die in de kerk en in school uit moesten. We zetten ze in de kerk mooi op een rijtje bij de achterste bank en in school op een speciaal laag rek. Zowel in de kerk als op school liep je op je sokken op de kale houten vloer.

Als een onderwijzer ziek was nam een ander een dubbele klas. De meester of juffrouw stond dan in de tussendeur die twee lokalen met elkaar verbond. Wij maakten altijd volle dagen. Aan uitjes werd niet gedaan. De schoolboeken, schoolplaten en aardrijkskundekaarten werden jarenlang gebruikt.

Ondertussen was de oorlog uitgebroken waar ik natuurlijk niets van snapte, maar wel zag wat er in mijn omgeving gebeurde. De Jacobusschool werd door de Duitsers bezet. Mijn klas verhuisde naar de schuur van Kraakman, Villa Landzicht, aan de Raadhuisweg die als klaslokaal werd ingericht. Wij vonden het wel spannend. Toen de oorlog was afgelopen  konden wij weer terug naar de Jacobusschool. Ik kwam toen in de 3e klas.

In mijn lagere schooltijd zaten alle kinderen bij elkaar, begaafd of niet. Dat zal voor de onderwijzers best wel eens moeilijk zijn geweest, maar daar merkte ik weinig van.

Tot zover een deel van mijn jeugdherinneringen, waarvan ik kan zeggen dat het een gelukkige jeugd was.



Machinisten van het gemaal Groot-Limmerpolder.


Door Frans Zonneveld.

Hieronder enige fragmenten uit dit artikel.

Een interview met twee (hulp) machinisten van het gemaal Limmen 1879 van De Groot-Limmerpolder om hun herinneringen en ervaringen op schrift te stellen. Om tafel met Jan Buur (Pzn.) en Cees Winter. Jarenlang zijn ze verantwoordelijk geweest voor het waterpeil in De Groot-Limmerpolder. Machinist was een baan die vaak overging van vader op zoon. Daarnaast was het een vereiste dat je bekend was in de polder.

 

De machinisten Buur.


Mijn grootvader Jan Buur woonde op de Sluis in de sluiswachterwoning met café. De sluiswachterwoning was eigendom van De Groot-Limmerpolder. Grootvader Jan had een gemengd bedrijf met bollen en vee.

Grootmoeder Geertje was de sluiswachter en deed daarnaast het café. Naast het gemengd bedrijf was mijn grootvader machinist op het gemaal. Hun zoon Dirk was beheerder van de Amerikaanse windmolen in de Klaas Hoorn- en Kijfpolder. Ik kom dus uit een familie van machinisten en molenaars. Mijn opa Jan heeft als machinist nog op stoom gedraaid. Op een gegeven moment namen zijn zonen het bedrijf over.

 Mijn vader Piet werd toen de machinist van het gemaal. Als mijn vader aan het malen was bleef hij altijd in of om het gemaal. Hij vond het een doodzonde om zomaar even weg te gaan en heeft dit nooit gedaan.

Als ik vanuit school tussen de middag thuis kwam dan mocht ik even naar hem toe. Ik bracht het eten langs, ik weet nog precies hoe dat ging. In een pannetje gingen de aardappelen met groente. Daar bovenop een kleiner pannetje met griesmeelpap of pudding en daarop omgekeerd een bord. Dit alles werd in een rode zakdoek dicht gestrikt en zo kon ik op pad.

Mijn vader is in 1953 overleden nog maar 48 jaar oud, het was een hele klap voor ons.  

Toen werd m’n ome Jan, die boerde op de boerderij aan de Boschweg, de machinist. Zijn zoon Jan en ik werden aangesteld als hulpmachinist.

 Ik weet nog dat ik in de herfst aan het draaien was. Er kwam een hoop kroos meegedreven uit De Limmerpolder. Je moest dan met een heinhaak telkens het kroos voor het inlaatrooster weghalen. Op een gegeven moment was er geen houden meer aan. Er lagen grote hopen kroos naast het rooster dat we er al uit hadden geheind. Toen heb ik een paar pennen van het inlaatrooster eruit gehaald om het kroos te laten gaan. Even later was er een gigantische klap en de hele vijzel met afdekking was naar de filistijnen. Er was een biels naar binnen gezogen. Ruim twee weken zijn ze bezig geweest om de boel weer draaiend te krijgen. Zo rond 1964 ben ik gestopt met tuinen en malen.


Cees Winter te solliciteren bij De Groot-Limmerpolder.


Bij toeval hoorden we dat er gezocht werd naar een nieuwe machinist voor het gemaal.

Mijn vader heeft me toen ingeseind en ben ik naar de dijkgraaf Jaap v.d. Steen in Limmen gegaan. Ik vertelde dat ik had gehoord dat er werd gezocht naar een nieuwe polderman annex machinist en dat ik graag daarvoor in aanmerking wilde komen. Ik vertelde dat ik was opgegroeid op Klein Dorregeest op een steenworp afstand van het gemaal en aardig de weg wist in de polder. Jaap zei: “Ik wil je best aannemen maar je moet schriftelijk solliciteren”.

Na de bestuursvergadering ging ik bij  Jaap v.d. Steen langs om te horen hoe het bestuur had gereageerd. Hij zei dat er weerstand was van een bestuurslid uit Akersloot. Hij vroeg aan mij wat er gebeurd was? Ik vertelde dat ik in het verleden wel eens een akkefietje had gehad met de broer van het bestuurslid uit Akersloot. We hadden in het café een knokpartijtje gehad. Hierop moest bij vreselijk lachen en zei dat ik was aangenomen. En zo ben ik in 1968 begonnen als machinist annex polderman.

Op m’n eerste werkdag kreeg ik de sleutels van het gemaal en moest m’n weg maar vinden. Het regelen van de hele waterhuishouding was mijn taak. Het malen gebeurde vooral in de periode september tot en met mei.

 Halverwege de jaren tachtig kwamen er plannen om het gemaal te vervangen door een nieuw automatisch werkend gemaal. Voor dit gemaal zou er geen machinist meer nodig zijn. Van molen, stoomgemaal, elektrisch gemaal naar volautomatisch. Het is de vooruitgang die je niet tegenhoud.

In 1987 werd ik getroffen door een hartinfarct. Na een jaar belandde ik uiteindelijk in de WAO en werd het dienstverband beëindigd.







De Groene Valck, jaarboek 2010

Ons 11e jaarboek De Groene Valck 2010 is een dezer dagen verschenen. Ook in dit nummer staan weer veel boeiende artikelen.

Traditiegetrouw is dat Het Levensverhaal met daaraan gekoppeld een Genealogie in rechte lijn.

Een artikel over het 45-jarig bestaan van de Johannesschool en daarbij aansluitend het verhaal 35 Jaar hoofdleidster aan de kleuterschool. Verder de artikelen: Een vooroorlogskind, Het verhaal van twee machinisten van Het Gemaal 1879 en de Kroniek 2009. Hierin kunt u lezen wat er het afgelopen jaar zoal gebeurde in Akersloot.