Historische Vereniging Oud Akersloot

Losse jaarboekjes zijn nog beperkt te koop op onderstaande adressen.


-   Woensdag (tussen 10.00 en  13.00 uur): Verenigingsruimte HVOA, Rembrandtsingel 1a Akersloot

-   Co Kerssens, Handelstraat 12 Akersloot (tel.nr. 0251 313326)


Na uitgave van nieuwe boekje ook te koop bij Veldt’s Toko Akersloot

Volgende (rechts) Vorige (links) Jaarboek Jaarboek 2007
Het nieuwe nummer van De Groene Valck is onlangs verschenen.In dit nummer staan weer veel boeiende artikelen.

Traditiegetrouw is dat een levensverhaal, met daaraan gekoppeld een stamboom in rechte lijn.
Een verhaal over de vroegere kruidenier Jan Baltus.
Verder een artikel over de klokkentorens en klokkenroof.
Daarin kunt u lezen hoe pastoor A.A. van den Berg in 1943 daarover dacht.
Als laatste een artikel over makelaars in Akersloot.

Hieronder enkele passages uit deze verhalen.
Het levensverhaal van Jan Buur
Vader (Jan Buur) en moeder (Jansje Kerssens) gingen wonen aan de Boschweg nummer 92, waar hun zes kinderen, Paul, Jan, Piet, Martin, Gerie en Nel zijn geboren. Vader runde een gemengd bedrijf, had een aantal koeien en was tevens tuinder in bloembollen.

Tijdens mijn lagere schooltijd heb ik in de oorlog op 6 verschillende locaties schoollessen gevolgd. Vroeger begon de dag eerst met een bezoek aan de kerk en daarna naar school. We hadden veel vrij, gingen eigenlijk maar twee dagen in de week naar school.

Mijn militaire dienst heb ik doorgebracht in een kazerne te Haarlem. Ik bediende daar de telefooncentrale en werkte in ploegendienst.
Ik heb deze tijd als zeer plezierig ervaren.
Gezien ik nooit van huis was geweest, altijd thuis werkte, was het voor mij een hele belevenis om van huis te zijn.

Moeder maakte vroeger in de oorlog ondergoed van oude meelzakken. Ik kan me nog herinneren dat op Piet zijn onderbroek stond ‘eet meer brood’ en op een ander stuk ondergoed ‘statiegeld een gulden’.

Op de vraag: “Wat betekend Akersloot voor mij?”, kan ik kort en krachtig antwoorden: “Alles”. Ik ben er geboren en getogen. Ik heb mijn hele leven op de Sluis gewoond, een hele gezellige buurt.
Mijn vader Jan Baltus.
Elf jaar was mijn vader toen hij van de lagere school afkwam. Meester Sernee kwam naar het huisje aan de Zandweg. Mijn opa was in de tuin bezig met zijn lelies. “Baltus, Baltus, weet wat je doet”, de wijsvinger van de van de schoolmeester ging daarbij waarschuwend heen en weer, “Laat Jantje toch doorleren, hij heeft zo’n goed verstand.”  Maar opa zei heel beslist:”Nee, nee, hij blijft hier bij mij, veldarbeid is goed voor Jan.” En dus ging de elfjarige Jan samen met zijn broer Jaap, aan het werk in de tuin.
Op zestienjarige leeftijd kreeg mijn vader ernstige suikerziekte. Het werk in het bollen-bedrijf werd voor mijn vader in verband met de suikerziekte te zwaar. Hij zocht naar andere mogelijkheden om de kost te verdienen.
Na lang wikken en wegen werd besloten om een winkeltje te beginnen met verkoop van sigaren en koffie. Een buurjongen, die timmerman was, maakte voor tachtig gulden van een bedstee met een kast ernaast, een  “winkel”.

Er kwam een huis met winkel te huur op de Pontweg no. 323 voor ƒ 2.50 per week. Het pand was van Jan en Siem Terluin, die een kolenhandel hadden aan de Meerweg. Mijn vader en moeder huurden het en ze kochten samen de spulletjes ervoor.
Een aantal aanbiedingen en reclames, de zaak liep als een trein.
Maar het prille geluk werd ruw verstoord toen een half jaar later, op 10 mei 1940, Duitse militairen ons land binnenvielen.

Tijdens de razzia van 1 december 1944 in Akersloot wist mijn vader aan arrestatie te ontkomen door in bed te kruipen en zich te omringen met zijn injectiespuit en flesjes insuline. De Duitsers lieten hem met rust. In de laatste maanden voor de bevrijding werd de insulinebevoorrading bijzonder problematisch. Het werd steeds moeilijker om aan insuline te komen. Op een gegeven moment zag het er zo somber uit dat voor het leven van mijn vader gevreesd moest worden. Onze huisarts, dokter Van Vugt, boorde alle mogelijke kanalen aan om alsnog insuline te verkrijgen, maar niets lukte. “Mijn redding”, zei mijn vader later tegen me, “is de insuline geweest die ik op het laatst van de oorlog van een onbekend iemand heb gekregen”.

Het einde van de winkel.
Door het gevoel van geborgenheid dat mijn moeder ons gaf en door de blijde levenslust die mijn vader uitstraalde merkten wij als kinderen aanvankelijk niets van de worsteling van mijn ouders over de toekomst van het kruideniersbedrijf.

Wat de doorslag heeft gegeven weet ik niet; het zal wel een combinatie van factoren zijn geweest: studiekosten voor de kinderen, de opkomende grootwinkelbedrijven, de almaar stijgende ziektekosten, die je als middenstander zelf moest betalen. Concreet, heel concreet werd het toen er openstaande rekeningen van klanten moesten worden geïnd, naar een ander huis en werk werd uitgekeken en er over de verkoop van goodwill gesproken werd.
Veel later heb ik me wel eens afgevraagd wat het innerlijk met mijn vader gedaan heeft. Zelf alles opgebouwd.

Het was een koude dag toen wij half februari 1960 naar Kerklaan nr. 8 verhuisden.
Makelaars in Akersloot

Dat rechtopstaande balkje op de top van de gevel, dat is hem! We bedoelen dus niet de makelaar die koper en verkopen van onroerende zaken bij elkaar brengt. We hebben het over de makelaar die op de nok van een dak zit of beter gezegd staat. Maar waarom staat ie er? Daar gaan we uiteraard op in.

De herkomst van de makelaar.
Hoe zag een gemiddeld woonhuis er zo’n 500 jaar geleden in deze omgeving uit?
Natuurlijk afhankelijk van de materialen die  voorhanden waren,maar meestal met houten of gevels en riet als dakbedekking. Op de nokuiteinden van de woning bij de topgevels, zaten makelaars. Gewoon een houten stok op het dak met een houten knop die het riet vastklemt of waar het riet tegenaan is gebonden. Op deze manier kreeg je een waterdichte afsluiting tussen de top van de gevel en de rietendakbedekking. De makelaar werd door onze voorvaderen ook gebruikt om magische tekens of versieringen in aan te brengen. Om de geesten te verdrijven of de woning te beschermen tegen onweer.Maar laten we maar niet ingaan op verhalen met een hoog blabla gehalte over magie en symboliek rond de makelaar.

Bij gebruik van dakpannen op het dak is een makelaar niet meer noodzakelijk. Maar toch blijft de makelaar gehandhaafd als draagbalk van de kap.
Het wordt mode om steeds grotere ramen en luiken in de topgevel aan te brengen. De makelaar wordt dan aan de onderzijde korter en heeft alleen nog maar een sierfunctie.
In de tweede helft van de 20e eeuw verdwijnen veel makelaars van de gevel, vaak aangevreten door houtrot en lastig in het onderhoud. Tja, het is de tijdgeest.

Oude makelaars in Akersloot.
In Noord-Holland was de makelaar in combinatie met de windveer in vorm en/of
uitvoering streekgebonden. Kortweg gezegd, een makelaar en windveer op Wieringen waren duidelijk anders dan die uit De Rijp of de Zaanstreek. Is er misschien ook sprake van een typische Akersloter makelaar? Hoe ziet die er dan uit?  Akersloot heeft in het verleden een rijke scheepsbouw-traditie gehad gezien de vele scheepswerfjes die hier waren gevestigd. Hierdoor was er dus ook veel ervaring in houtbouw en houtbewerking. Daarom op zoek naar oude afbeeldingen of foto’s van woningen in Akersloot met makelaars. En dat is nou pech! Vind je een afbeelding uit 1650, dan is er wat mee aan de hand. Het pand geheel links heeft een makelaar, maar deze steekt niet (meer) boven de nok uit. Vermoedelijk was de makelaar door houtrot aangetast en daarom gedeeltelijk afgezaagd.

Makelaars nu
Een overzicht van enkele makelaars die de afgelopen jaren zijn aangebracht. Waarom worden er in deze tijd nieuwe makelaars aangebracht, vaak op een dak waar nooit een makelaar heeft gezeten? Vermoedelijk een herwaardering van oude vormornamenten of filosofisch gesproken: de weder geboorte van de hemelnaald.